Gids

DigiD-assessment

Elke organisatie met een DigiD-aansluiting laat jaarlijks een ICT-beveiligingsassessment uitvoeren door een Register EDP-auditor, langs de 21 richtlijnen van het geldende normenkader. Het rapport gaat tussen 1 januari en 1 mei naar Logius en gaat over het voorgaande jaar. Blijft het uit, dan schort Logius de dienstverlening op.

Laatst bijgewerkt op

Het assessment in het kort

Wie burgers met DigiD laat inloggen, laat daar elk jaar een ICT-beveiligingsassessment op uitvoeren. Logius houdt langs die weg toezicht op alle Nederlandse diensten waarin DigiD als inlogmiddel zit. Het gaat niet over DigiD zelf, maar over jouw omgeving erachter.

De aanleiding ligt in 2011. Op 11 oktober van dat jaar schreef de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Tweede Kamer over lekken in gemeentelijke websites. Elke organisatie die DigiD gebruikte moest haar beveiliging voor het einde van het eerste kwartaal van 2012 getoetst hebben, en vanaf 2012 zou die toets jaarlijks terugkeren.

De plicht is niet wettelijk maar contractueel. Artikel 5.5 van de Aansluitvoorwaarden DigiD en DigiD Machtigen, die gelden voor aansluitingen aangevraagd op of na 1 december 2022, vraagt de afnemer per aansluiting jaarlijks aan te tonen dat aan de geldende norm wordt voldaan. Zolang de uitvoeringsregelgeving bij de Wet digitale overheid niets anders bepaalt, sluit je als dienstverlener daarvoor een privaatrechtelijke overeenkomst met Logius.

BZK stelt het normenkader vast en wees Logius aan als toezichthouder. Onderzocht worden twee aspecten: vertrouwelijkheid en integriteit. Beschikbaarheid valt erbuiten, hoe belangrijk die ook is.

Voor wie het geldt

Voor elke Nederlandse organisatie met een DigiD-aansluiting, gemeenten en uitvoeringsorganisaties net zo goed als partijen die via de ToegangVerleningService (TVS) binnenkomen. Niet je sector bepaalt de plicht maar de aansluiting, en die is ook de eenheid waarop wordt geteld: zolang een aansluiting geactiveerd bij Logius staat loopt de plicht door, ook als er functioneel niets meer mee gebeurt. Pas na deactivatie vervalt hij.

Besteed je het beheer uit, dan verschuift werk maar geen verantwoordelijkheid. De serviceorganisatie komt binnen de scope en de auditor verdeelt de normen, waarbij er altijd een deel overblijft dat je zelf laat toetsen.

Voor collectieve aansluitingen bestaat het meervoudig assessment: één audit bij de serviceorganisatie, voor alle aansluithouders op die ene dienst. Dat kan alleen op een clusteraansluiting, en die worden nu alleen binnen het zorgdomein aangeboden, via TVS. De serviceorganisatie heeft er een accreditatie van Logius voor nodig en ook hier blijft de aansluithouder eindverantwoordelijk.

Wie laat toetsen en wat er wordt ingeleverd, per situatie.
SituatieWie laat toetsenWat er ingeleverd wordt
Eigen aansluiting, ook via TVSDe dienstverlener zelf, tot de aansluiting is gedeactiveerdHet rapport van de dienstverlener (RDV)
Beheer of hosting uitbesteedDienstverlener en serviceorganisatie, normen verdeeld door de auditorRDV plus een rapport van de serviceorganisatie (RSO)
Clusteraansluiting met meervoudig assessmentDe geaccrediteerde serviceorganisatie, namens alle aansluithoudersRapportage volgens het NOREA-template daarvoor
Nieuwe aansluitingDe dienstverlener, binnen twee maanden na activatieAparte verklaring, alleen opzet en bestaan

Normenkader 3.0: 21 richtlijnen

Normenkader 3.0 bundelt de 21 richtlijnen met de grootste impact op de veiligheid van DigiD, gekozen uit de webapplicatierichtlijnen van het NCSC. BZK stelde de norm vast in overleg met Logius, de Auditdienst Rijk en het NCSC. Ingangsdatum: 1 augustus 2022.

Inhoudelijk verschilt 3.0 op één punt van zijn voorganger: de twintig normen van 2.0 bleven staan en B.01 over informatiebeveiligingsbeleid kwam erbij. Zwaarder weegt de tweede wijziging. Voor vijf normen (U/TV.01, U/WA.02, C.07, C.08 en C.09) kwam er naast opzet en bestaan een toets op werking, vrijwillig in de inleverperiode van 2024 en verplicht vanaf die van 2025, dus over verslagjaar 2024.

De codering volgt de ICT-beveiligingsrichtlijnen voor webapplicaties die het NCSC publiceert. Dat stelsel kent drie domeinen: beleid met de prefix B, uitvoering met U en control of beheersing met C. Het uitvoeringsdomein is gesplitst in vier lagen: toegangsvoorzieningsmiddelen (U/TV), webapplicaties (U/WA), platformen en webservers (U/PW) en netwerken (U/NW).

Het kader is een ondergrens: Logius noemt het een minimale vereiste en adviseert de overige maatregelen uit die richtlijnen er ook bij te nemen.

De 21 richtlijnen gegroepeerd volgens de domeinindeling van het NCSC.
GroepWaar het over gaatVoorbeeld van een richtlijn
Beleid (B), 2 richtlijnenWat je vastlegt en met derden afspreektB.01: beleid met aandacht voor dataclassificatie en kwetsbaarhedenbeheer
Uitvoering, toegangsvoorzieningsmiddelen (U/TV), 1De laag die de gebruiker toelaatU/TV.01, getoetst op werking
Uitvoering, webapplicaties (U/WA), 4De applicatie achter het inlogschermU/WA.02, eveneens op werking
Uitvoering, platformen en webservers (U/PW), 4De servers eronderU/PW.02, U/PW.03, U/PW.05 en U/PW.07
Uitvoering, netwerken (U/NW), 4Het netwerk eromheenU/NW.03: zonering met een DMZ
Control of beheersing (C), 6Meten, toetsen en bijsturenC.03 vulnerability assessments, C.04 penetratietests

Hoe de toets verloopt

Het assessment moet worden uitgevoerd door een Register EDP-auditor die is aangesloten bij NOREA; het register daarvan is openbaar. De opdracht loopt onder Richtlijn 3000D voor assurance-opdrachten, verplicht voor de auditor, en van richtlijn wisselen mag onderweg niet. De NOREA-handreiking van 29 augustus 2025 werkt de aanpak uit, maar blijft een leidraad voor auditors onderling: het oordeel is van de auditor.

De aanpak is rule based en niet risk based: elke norm staat op zichzelf, met per maatregel een oordeel dat luidt voldoet of voldoet niet. De scope is het burgerperspectief, dus de internet-facing pagina’s die iemand na het inloggen ziet, plus de systeemkoppelingen en de infrastructuur. Backofficesystemen blijven erbuiten.

De kalender ligt vast. Je levert jaarlijks tussen 1 januari en 1 mei in, over het voorgaande jaar. De toetsperiode loopt minstens door tot 31 december en de auditor oordeelt daarna, niet eerder dan 1 januari. Voor de inleverperiode van 2026 staat de controleperiode voor de werking op minimaal zes aaneengesloten maanden, met 31 december van het verantwoordingsjaar erin. Die groeit met de jaren naar een vol jaar.

Inleveren doe je met het aanleverformulier of per mail naar DigiDassessment@logius.nl. De stukken zijn PDF/A met een EUTL-handtekening; papier voldoet niet en wordt vernietigd. Ook met een negatief oordeel erin lever je in. De kosten zijn voor de afnemer.

Als een norm niet voldoet

Logius bepaalt per norm die niet voldoet een oplostermijn. Alleen die normen gaan opnieuw langs de auditor; wat al voldeed hoeft niet over. Lukt het aantonen daarna nog niet, dan kan de dienst onder verscherpt toezicht doorlopen, met elke drie maanden bewijs, naast het jaarlijkse assessment over alle 21 normen.

Blijft de rapportage uit, dan schort Logius de dienstverlening op, na een aangetekende ingebrekestelling en een brief met deactivatiedatum aan het hoogste bestuur. Bij een acuut en serieus beveiligingsrisico sluit Logius de koppeling direct.

Gemeenten: het assessment en ENSIA

Gemeenten leggen hun verantwoording af via ENSIA, voluit Eenduidige Normatiek Single Information Audit. DigiD is daar één stelsel in, naast onder meer BRP, Reisdocumenten, Suwinet, BAG, BGT en BRO. De cyclus telt vier fasen: eerst zelfevaluatie, dan opstellen, verantwoorden en versturen. De zelfevaluatie loopt van 1 juli tot en met 31 december, het opstellen daarna tot en met 30 april. Voor DigiD hoort daar een eigen domeinspecifieke vragenlijst bij.

Aan die route verandert iets. In het Strategisch overleg ENSIA is op 19 juni 2025 besloten de attest-methodiek uit te faseren, omdat die arbeidsintensief en foutgevoelig bleek. In de inleverperiode van 2026, over verslagjaar 2025, mag een gemeente nog kiezen tussen de ENSIA-methodiek en 3000D. Vanaf de inleverperiode van 2027, over verslagjaar 2026, is 3000D verplicht. Wie leest dat gemeenten "vanaf 2026" omgaan, ziet het verslagjaar; Logius en NOREA tellen in inleverperiodes.

Praktisch verschuift er dan een en ander. De auditor wordt weer penvoerder van de hele rapportage, de collegeverklaring raakt losgekoppeld van de assuranceverklaring en gemeenten gebruiken hetzelfde RDV-template als iedereen. Aan het opstellen van een RSO verandert niets, want daar gold 3000D al. Indienen kan via ENSIA of via het aanleverportaal.

Het normenkader naast de BIO en ISO 27001

De kaders komen uit verschillende hoeken. Het DigiD-normenkader stamt van het NCSC, terwijl de baseline voor de overheid op ISO 27001 (versie 2022) en ISO 27002 staat, met overheidsmaatregelen erbij.

Los van elkaar staan ze niet. Het NCSC gaat ervan uit dat je je processen en omgeving al hebt ingericht volgens een algemene beveiligingsopzet, en noemt ISO 27002 en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid als voorbeeld. De webapplicatierichtlijnen komen daar bovenop, en voor aanvullende maatregelen verwijst het NCSC zelf terug naar ISO 27001 en ISO 27002.

Het verschil zit in de manier van toetsen. Onder BIO2 richt je de aantoonbaarheid risico-gedreven in, binnen de reikwijdte van je managementsysteem. Het assessment werkt andersom: eenentwintig normen, stuk voor stuk.

Waarin het DigiD-normenkader afwijkt van een brede beveiligingsnorm.
OnderwerpBIO of ISO 27001DigiD-normenkader
HerkomstISO 27001 en ISO 27002, met overheidsmaatregelen erbijEen selectie uit de NCSC-richtlijnen, vastgesteld door BZK
VerhoudingDe algemene beveiligingsopzet waar het NCSC van uitgaatDe laag die daar bovenop komt, voor de webapplicatie
Manier van toetsenRisico-gedreven, binnen de reikwijdte van je managementsysteemRule based: elke norm apart
AspectenDe reikwijdte bepaalt wat aantoonbaar moet zijnAlleen vertrouwelijkheid en integriteit; beschikbaarheid valt erbuiten

Waar het in de praktijk op vastloopt

Een openbare statistiek van bevindingen hebben we niet gevonden; wat er wel is, zijn de correcties, uitzonderingsregels en aandachtspunten die Logius en NOREA publiceren. Daaruit valt af te lezen waar het misgaat, en dat is zelden de techniek.

Het duidelijkste voorbeeld is B.01. Toen die norm erbij kwam moest Logius een uitzonderingsregel opstellen voor aansluithouders die hun beleid niet op tijd formeel vastgelegd kregen. Beleid bestaat namelijk pas na formele vaststelling en vastlegging op het juiste organisatorische niveau. Een concept dat iedereen volgt telt voor de auditor niet.

De tweede valkuil is de tijd. Voeg je halverwege het jaar een applicatie toe, dan kan de controleperiode te kort zijn om een oordeel te mogen geven, en dan beschouwt Logius de norm als "voldoet niet". Iets vergelijkbaars speelt bij non-occurrence, de situatie waarin de gebeurtenis zich niet voordeed. Die kan alleen bij B.05, U/TV.01, U/WA.02 en C.08, en niet bij een controleperiode korter dan zes maanden. Logius corrigeerde de handreiking hierop: bij non-occurrence op bestaan kan wel een heraudit worden geëist.

  • Alle applicaties achter één aansluitnummer vallen binnen de scope; meerdere diensten achter één aansluiting raadt Logius af.
  • De penetratietest hoort volgens NOREA minimaal jaarlijks plaats te vinden en verder na significante wijzigingen.
  • Vulnerability assessments gebeuren intern, minimaal jaarlijks en vaker als je risicoafweging dat vraagt.
  • Oordelen in een RSO mogen niet ouder zijn dan twaalf maanden ten opzichte van die in het RDV, en elk jaar is een nieuwe nodig.

Waar je begint

Je verplichting is drieledig: jaarlijks laten toetsen, tekortkomingen oplossen en een door een RE-auditor opgesteld rapport aanleveren. Dat kost de minste moeite als je het jaar eromheen plant.

  • Inventariseer je aansluitingen en deactiveer wat je niet meer gebruikt; elke actieve aansluiting brengt een assessment mee.
  • Spreek de 3000D-methodiek vooraf met je auditor af; tijdens de audit kan daar niet van worden afgeweken.
  • Leg de controleperiode vast voordat de opdracht start; die mag per norm verschillen, mits vooraf overeengekomen.
  • Verstrek je als serviceorganisatie een RSO aan meerdere dienstverleners, laat het concept dan tussen 1 september en 1 november vooraf controleren.
  • Haal de actuele rapportagetemplates en de FAQ bij NOREA op; die FAQ prevaleert boven de handreiking.
  • Meld een technische wijziging op tijd. Zonder nieuw aansluitnummer gaat die mee in het volgende assessment, maar een andere domeinnaam of een ander koppelvlak vraagt een nieuw nummer en dus een nieuw assessment.

De buitenkant meet je vandaag

Een deel van je publieke omgeving is meteen zichtbaar. De gratis domeinscan kijkt naar je TLS-configuratie, je HTTP-beveiligingsheaders, DNSSEC en je mailinstellingen. Dat is geen toets op het DigiD-normenkader en vervangt de auditor niet, maar laat wel zien of die basis staat.

De rest is dossierwerk dat een plek nodig heeft. Het platform voert het DigiD-normenkader als kader, zodat per richtlijn zichtbaar is wie eraan werkt en welk document het onderbouwt. Het verschil met een adviesbureau inhuren staat bij platform of consultant, de andere normen op de gidsenpagina.

Verder lezen

Zie waar je nu staat

Twee manieren om dit concreet te maken, allebei zonder account.

Scan je domein gratis Bereken je werklast

Veelgestelde vragen

Is het DigiD-assessment verplicht?
Ja, voor iedereen met een DigiD-aansluiting. De grondslag is niet wettelijk maar contractueel: artikel 5.5 van de aansluitvoorwaarden vraagt om per aansluiting jaarlijks aan te tonen dat je aan de geldende norm voldoet. De plicht loopt door zolang de aansluiting geactiveerd staat, ook als je hem functioneel niet meer gebruikt, en vervalt pas na deactivatie.
Wie mag het DigiD-assessment uitvoeren?
Alleen een Register EDP-auditor, een RE-auditor. Die moet aangesloten zijn bij NOREA, de beroepsorganisatie van IT-auditors; het register daarvan is openbaar. De auditor werkt onder Richtlijn 3000D voor assurance-opdrachten, die voor hem verplicht is. De handreiking van NOREA helpt daarbij, maar het oordeel over jouw omgeving blijft de verantwoordelijkheid van de auditor zelf.
Wat is een TPM bij DigiD?
Een verklaring over het deel van de omgeving dat bij een serviceorganisatie ligt. Sinds de handreiking van 2025 heet dat een RSO, rapport van de serviceorganisatie; de aansluitvoorwaarden gebruiken de oude term Third Party Mededeling nog, met een geldigheid van maximaal twaalf maanden en eenmalig gebruik. Per jaarlijks assessment is een nieuw RSO nodig. Ook ISAE 3402 en SOC 2 kunnen dienen; de RE-auditor bepaalt welke DigiD-normen zo'n verklaring dekt.
Wanneer moet het rapport bij Logius zijn?
Tussen 1 januari en 1 mei, over het voorgaande jaar. De toetsperiode loopt minstens tot 31 december en de auditor geeft zijn oordeel aansluitend daarop, dus niet eerder dan 1 januari. Nieuwe aansluitingen leveren binnen twee maanden na activatie een aparte verklaring in. Komt de rapportage te laat, dan gaat Logius over tot opschorting van de DigiD-dienstverlening.
Wat is het verschil tussen het DigiD-normenkader en de BIO?
De herkomst en de manier van toetsen. Het DigiD-kader is een selectie uit de webapplicatierichtlijnen van het NCSC, terwijl de baseline op ISO 27001 en ISO 27002 staat met overheidsmaatregelen erbij. Het assessment is rule based: eenentwintig normen, elk apart getoetst, alleen op vertrouwelijkheid en integriteit. Onder BIO2 richt je de aantoonbaarheid juist risico-gedreven in.
Wat gebeurt er als een norm niet voldoet?
Je levert de rapportage hoe dan ook in, ook met een negatief oordeel erin. Logius bepaalt per norm die niet voldoet een oplostermijn en de RE-auditor toetst die normen daarna opnieuw; wat al voldeed blijft buiten schot. Lukt het aantonen van de werking dan nog niet, dan kan de dienst onder verscherpt toezicht doorlopen, met elke drie maanden nieuw bewijs.
In control

Twee voordeuren. Eén doel.

Begin zelf met het platform of ga de diepte in met onze mensen. Allebei brengen ze je ICT in control.

Probeer het platform Vertel wat er speelt
Direct zelf proberen. Geen demo-gesprek nodig.